Home

   

Voeding bij de Kat


 

 

Wat geef je je kat?

Een kat is van nature een vleeseter en gaat dan ook op jacht. Hij vangt dan muizen en vogels staan eventueel ook op zijn menu. De huiskat leeft vooral van brokken of kant-en-klaar vlees en soms een zelf gevangen prooidiertje.
Wat de kat zoal eet, hangt van zijn personeel af.
Het is belangrijk, dat uw kat een hoogwaardig voedsel krijgt, waarin alle voedingsstoffen, die een kat nog heeft, zijn opgenomen.
Voedingsstoffen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld:
1. naar functie: brandstoffen, bouwstoffen en beschermende stoffen.
2. naar aard: eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen, vitaminen en water.


Eiwitten

Een goede eiwitstofwisseling is van groot belang. De kat bestaat behalve uit water voor het grootste gedeelte uit eiwit. Eiwitreserves zijn vrijwel niet aanwezig, zodat bij tekorten belangrijke lichaamsweefsels afgebroken gaan worden.
Eiwitten zijn belangrijk voor opbouw en onderhoud van lichaamsweefsels en als leverancier van essentiële animozuren. Belangrijkste zijn arginine, (speelt een belangrijke rol in de eiwithuishouding) en taurine. Tekort aan taurine kan leiden tot beschadiging van het netvlies en het hart.
Plantaardige eiwitten bevatten geen taurine.
Eiwitten zijn opgebouwd uit animozuren, waarvan er zo'n 22 bestaan. De kat heeft ze allemaal nodig, maar kan ze voor een gedeelte zelfs aanmaken. De animozuren die een kat niet zelf kan maken worden essentiële animozuren genoemd. De kwaliteit van het eiwit hangt af van het aantal essentiële animozuren, die het bevat. De kwaliteit wordt aangegeven met Biologische
Waarde (BW).


Koolhydraten

Koolhydraten zijn van plantaardige oorsprong en zijn samengesteld uit suikers. Het zijn leveranciers van brandstof. De totale hoeveelheid
koolhydraten mag de 40% niet overschrijden. Koolhydraten leveren ook vezels(cellulose), die op hun beurt van invloed zijn op de passage in het darmkanaal. Het gehalte aan vezels mag de 5% in de
droge stof niet overschrijden.

Vetten

Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren. We onderscheiden drie groepen:
a. verzadigde vetzuren
b. enkelvoudig onverzadigde vetzuren
c
. meervoudig onverzadigde vetzuren

Met onverzadigd wordt bedoeld, dat de vetten nog gelegenheid hebben om zich te binden met andere chemische stoffen, zoals bijvoorbeeld zuurstof. Dit heet oxidatie.
Vetten leveren brandstof en essentiële vetzuren. Dit zijn vetzuren die de
kat zelf niet kan aanmaken. Zoals linolzuur en arachidonzuur.
Tekort aan essentiële vetzuren uit zich in een doffe vacht, achterblijven in de groei en reproductieproblemen. Het minimale vetgehalte volgens NRC-vorm bedraagt 9% van de droge stof. Het optimale gehalte ligt echter hoger vanwege de energiebehoefte, smakelijkheid en verteerbaarheid. Vetten worden voor 98% verteerd.

Sporenelementen

Sporenelementen zijn ook mineralen, alleen het verschil is, dat de vereiste hoeveelheden in de voeding zeer gering is. Vandaar de naam sporenelementen. Hiertoe behoren de volgende elementen: IJzer (FE),mangaan (MN), koper (CN), zink (ZN), jodium (I), selenium (SE), kobalt (CO) en fluor (F).

Mineralen

De mineraalhuishouding is voor een kat heel belangrijk, omdat verstoringen van deze huishouding aanleiding kunnen geven tot ziekte. De mineralen, calcium en fosfor spelen een belangrijke rol bij de botstofwisseling. Tekort of overmaat kan desastreuze gevolgen hebben.
De verhoudingen calcium(CA) : fosfor (P) in het voer moet liggen tussen de 1,1 en 2. Een overmaat van deze mineralen kan schadelijk zijn. Een teveel aan CA veroorzaakt competitie in de opname van andere tweewaardig positieve elementen in de darm. Zoals bijvoorbeeld koper(CU) en zink (ZN).
Een overmaat aan fosfor kan leiden tot een over functie van de
bijschildklier, waardoor het skelet ontkalkt wordt. Dit treffen we aan bij katten, die teveel vlees gevoed krijgen. Magnesium(MG) al dan niet gecombineerd met fosfor kan in overmaat aanleiding
geven tot de vorming van blaasgruis en/of blaasstenen.
Magnesium is nodig voor een goede botstofwisseling. Natrium(NA) heeft als voordeel, dat het de kat aanzet tot een verhoogde wateropname dat een gunstig effect heeft op de doorstroming van de nieren en blaas. Een te hoge natriumgift kan leiden tot een verhoogde bloeddruk. Kalium (K) is van belang in de waterhuishouding, afwijkende kaliumgehalte kunnen ernstige gevolgen hebben voor het functioneren van de hartspier.

Vitaminen

Vitaminen zijn in te delen naar hun oplosbaarheid. De vitaminen A,D,E en K zijn vetoplosbaar. De vitaminen B en C zijn wateroplosbaar. Van de vetoplosbare vitaminen kan een kleine reserve worden opgeslagen in het lichaamsvet. De kat is niet in staat om uit bètacaroteen vitamine A te maken. Dit houdt dus in, dat de behoefte van de kat rechtstreeks door de voeding gedekt moet worden. Dit betekent, dat wij vitamine A een essentiële vitamine kunnen noemen voor de kat. Door een overmatige gift van vitamine A, zoals bij een eenzijdige voeding op basis van lever, kunnen er vergroeiingen van de wervels ontstaan.
De kat bezit ook geen mogelijkheid om uit tryptophaan, niacine te maken. Niacine staat ook bekend als "vitamine PP".
Deze behoefte moet rechtstreeks door de voeding gedekt worden.
Door de specifieke behoeften van de kat ten aanzien van de essentiële vet- en animozuren, vitamine A en niacine moeten de grondstoffen voor de voeding overwegend van dierlijke oorsprong zijn.

Water

Water is het best geschikt om de dagelijkse vochtbehoefte te dekken. Het water dient vers en schoon te zijn, hoewel veel katten de voorkeur geven aan water uit vijvers en plassen. Melk is niet geschikt voor het volwassen dier, onder andere vanwege het mineralengehalte en het te hoge lactosegehalte. Speciale catmilk is wel geschikt voor kittens en met mate voor volwassen dieren.

Energiebehoefte

De energie in de voeding is aanwezig als chemische energie. De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in (kilo)joules. De bruto energie is de hoeveelheid energie die uit de voeding vrijkomt bij totale verbranding. Een verteringsproces is nooit volledig, zodat er energie verloren gaat voor het dier. De voor het dier benutbare energie wordt de metabolieteerbare energie genoemd.
Energie wordt geleverd door eiwitten, vetten en koolhydraten.
Afhankelijk van de activiteit van de kat zal de gemiddelde dagelijkse
energiebehoefte tussen de 60 en 90 kcal. per kilogram lichaamsgewicht
liggen. Tegen het einde van de dracht zal de energiebehoefte met 25% toenemen. Groeiende kittens hebben een energiebehoefte die bijna tweemaal zo groot is als die van een volwassen kat.
Katten die lijden aan vetzucht kunnen 20 tot 30 % in hun behoefte gekort worden totdat ze het gewenste gewicht hebben bereikt.

De eetgewoonten en smaak ontwikkelen zich tussen de eerste en zesde
levensmaand. Het is dus belangrijk om het kitten in deze periode te laten kennismaken met de verschillende soorten voer. Vanaf de vierde levensweek kunnen kittens vaster voedsel opnemen beginnen met verse tartaar, lamshart, biefstuk,carnibest, Bibi ed. De speenleeftijd ligt op 7 tot 8 weken.
Katten nuttigen meerdere maaltijden per dag. Het is mogelijk een kat
permanent voedsel ter beschikking te stellen, indien dit regelmatig ververst wordt en gewaakt wordt voor overgewicht. Katten zijn zeer gevoelig voor luchtjes, wat inhoudt, dat de eten- en drinkbakjes niet te dicht in de buurt van de kattenbak mogen staan en de bakjes regelmatig gereinigd dienen te worden. Uit gezondheidsoogpunt bezien.
De kat vertoont een voorkeur voor dierlijk eiwit, een zure smaak en
knapperige brokjes. Van tijd tot tijd zal de kat proberen gras of plantendelen op te eten, met als doel om onverteerbare zaken, zoals bijvoorbeeld een haarbal, uit te kunnen braken.

Onderstaande een aantal van de merken die zijn samengesteld uit bovenstaande voedingswaarden:
Droog- en Natvoer:

Porta 21 graanvrij
Sanabelle
Purine pro plan
Arcana

Orijen
Iams
Royal Canin
Hills


De fabrikanten voor Kattenvoer komen meer en meer tot inzicht dat een kat minder koolhydraten nodig heeft en toenemend meer vlees. Brokjes zonder graan of een graanvervanger zoals aardappel of rijst, het verdient echt aandacht wat er in kattenbrokken zit aan voedingswaarde en wat goed is voor onze huistijger.
Beter is nog katten op een dieet te zetten van puur vlees, merkenvooorbeelden hiervan zijn: Bibi, Tinlo Barf, Carnibest, Darf, Lotgering, er zijn ook fokkers die prooidieren geven zoals kuikentjes, duif, konijn enz dit is te bestellen bij de diverse verkopers die redelijk makkelijk op internet te vinden zijn.

Voedingsfouten

-Het voeren van rauwe vis veroorzaakt een tekort aan vitamine B1, omdat rauwe vis een stof bevat die thiamine afbreekt.
-Het geven van melkproducten aan volwassen katten als drinken is niet
zinvol. De zorgvuldig opgebouwde energie-, eiwit- en mineralenbalans wordt erdoor verstoord. Ook kan er diarree ontstaan.
- Het zuiver vegetarisch voeden van een kat is onmogelijk gezien de behoefte aan essentiële voedingstoffen van dierlijke oorsprong.
-Rauwe eieren, maar ook verse eendagskuikens bevatten avidine, een stof die aanleiding kan geven tot biotinetekorten. Door te koken wordt deze stof afgebroken.
-Eenzijdige vleesvoeding is ontoereikend en bovendien belastend voor de nieren. Ook de mineralenverhouding is volledig verkeerd.
-Het teveel voeren veroorzaakt vetzucht en kan aanleiding geven tot sloomheid, verminderde vruchtbaarheid en het ontstaan van galstenen.

Snoepjes en traktaties

Van tijd tot tijd mag een kat best eens wat lekkers. Maak er alleen geen
gewoonte van. Geef anders een speciaal kattensnoepje als beloning of
traktatie. Er zijn ook snoepjes met vitamines of tegen haarballen te koop.

Nog een aantal belangrijke aandachtspunten:

- De kat is van nature een vleeseter probeer eens lamshart, tartaar, Bibi,Tinlo, Carnibest dit zijn rauwvlees producten en erg goed voor het maagdarmsysteem er zitten geen producten in die tandproblemen kunnen veroorzaken en als het wat grover gesneden is moeten ze er op kauwen en dat maakt de tanden weer schoon. Vaak moeten ze wel even wennen en kan je met een beetje smaak van hun favoriete blikvoer de katten er wel aan wennen.

- Blikvoer verhoogt de kans op tandbederf, zoals gaatjes en tandsteen. Dit resulteert in stinkende adem en problemen met het tandvlees. Een kat met tandproblemen is een zieke kat.
- De ouder wordende kat moet wat aandacht krijgen op betreffende zijn nieren soms eens een check of deze nog optimaal werken wanneer mogelijk het dieet enigszins aanpassen aan hoe de nieren functioneren

Bron: Nahs 2011, en internet.